Warm voetbalgevoel of ultieme voetbalbeleving

Als Go Ahead-supporter bekijk ik graag een thuiswedstrijd ‘live’. En als je familieleden hebt in den lande met een eigen favoriete club kom je ook nog wel eens in een ‘vreemd’ stadion. Je hebt niets met die club maar daar gaat het dan ook niet om. Je rijdt met, pak ‘m beet, je zwager mee naar dat stadion. Dat staat meestal op een afgelegen bedrijventerrein of vlakbij een enorm verkeersknooppunt. Niets in de nabije omgeving van het stadion doet vermoeden dat hier straks gevoetbald gaat worden; met duizenden toeschouwers op de tribunes.

Eerst zijn er eindeloze parkeerterreinen (P1 tot en met P8 of zo) en verder is alles, voor zover je kunt kijken, uit grijs beton opgetrokken. Instinctief loop je achter andere parkeerders  aan want er zijn geen lichtmasten te zien die als optisch baken kunnen fungeren, of supportersgezang als sonische trekker. Vanwege de afwezigheid van een stand met warme worst kun je ook al niet achter je reukvermogen aan. Voor een non-descript gebouw is een plein beklinkerd met grijze tegels. Je kijkt op tegen de gevel en ziet twee etages vol kantoren gehuld in gedempt licht; zouden ze hier tijdens de wedstrijd gewoon doorwerken?

Na een half rondje lopen om het stadion kom je aan bij het vak waarvoor je een toegangsbewijs in handen gestopt hebt gekregen. Krijg nou wat; er gaat een dubbele roltrap naar boven; ik voel instinctief in mijn zakken of ik de klantenkaart van de Bijenkorf niet ben vergeten. Bovenaan staan drie dames in de clubkleuren me vriendelijk toe te knikken; ze zijn bijzonder mooi, dat wel. Ik begrijp dat ik met ‘hostesses’ van doen heb. Nu waan ik me weer op Schiphol; helaas heb ik geen bagage af te geven; had ik graag gedaan bij de middelste hostess die mijn kaartje scant met een ondoorgrondelijk modern apparaat. Zelfs een lichte fouillering blijkt niet nodig, terwijl ik toch m’n best doe zo opvallend mogelijk onopvallend te kijken.

Ik blijk toegang te hebben gekregen tot een  soort foyer die in de gemiddelde schouwburg niet zou misstaan. Hostesses, die hier opeens gastvrouwen heten,  lopen af en aan met dienbladen drank en bitterballen die door mannen met clubsjaals gretig worden geplunderd. Als tegenprestatie verwacht je dat ze op luide toon clubliederen beginnen te zingen maar helaas… gelukkig staat er achtergrondmuzak op. Ik kijk op m’n horloge; nog vijf minuten voordat de wedstrijd begint maar niemand maakt aanstalten om naar buiten te gaan.

Als ik naar mijn plaats loop hoor ik eindelijk de geluiden die ik associeer met een voetbalwedstrijd; gezang en gefluit en zie ik zelfs een paar kleurige vlaggen heen en weer zwaaien. Toch klinkt het me allemaal wat hol in de oren. Van het weer heb ik geen idee: heaters reguleren de temperatuur  op de tribune en ik voel nauwelijks wind. Kortom; ik ervaar de ultieme voetbalbeleving die, voordat dit stadion werd gebouwd, ongetwijfeld in de ronkende folder van de projectontwikkelaar al werd aangekondigd.

Alleen, het maakt me niet echt enthousiast. Integendeel. En nu ben ik vast heel ondankbaar…

Maar, en noem me maar een schaamteloze romanticus,  ik miste daar, hoog en droog gezeten,  opeens de lichtmasten in de verte, die steeds hoger lijken naarmate ik dichterbij kom lopen; het provocerende gezang van een arriverende bus uitsupporters; een glimp van het frisgroene veld als je nog op straat staat; het standje met shawls die waaien in de wind; het honderdvoudig geklik van fietsen die op slot worden gezet tegen een verweerd muurtje; het nerveuze gedrang voor een toegangspoortje; de oudere dame die onverstoorbaar, in haar eigen tempo, een beker koffie volschenkt..

Commercieel? Zeker niet. Efficiënt? Welnee. Maar anno 2013 kan dit dus nog steeds. Alle marketing- en communicatiegoeroes ten spijt. Want die kunnen veel, maar een warm voetbalgevoel overbrengen, nee, dat kunnen ze niet. 

Bal na