DVV Go-Ahead 1921-1930

Categorie: 
Go Ahead

In 1921 kreeg Go-Ahead een clubblad, de Revue, dat tot op de dag van vandaag, met enkele korte onderbrekingen, nog steeds onder die naam bestaat. Han Hollander, die toen landelijk al naam begon te maken als sportverslaggever, was een van de redacteuren van het eerste uur.

Kampioenschappen

In 1921, 1922 en 1923 werd Go-Ahead wederom kampioen van het oosten. Daarmee kwam het aantal oostelijke titels op liefst acht op rij, een in het district Oost nooit door een andere club geëvenaarde prestatie.
De oostelijke titel van 1922 werd bekroond met een nieuw landskampioenschap. In de kampioenscompetitie waren nu Blauw Wit (Amsterdam), NAC en wederom Be Quick de tegenstanders. Aanvankelijk leek Blauw Wit gemakkelijk te gaan winnen, maar op de valreep kwam Go-Ahead op een gelijk aantal punten. Het doelsaldo telde niet mee, en daarom was er een beslissingswedstrijd tegen Blauw Wit nodig. Die vond plaats in Hilversum, pas op 9 juli 1922. In de verlenging, na 117 minuten voetbal, scoorde Wim Roetert de beslissende 1-0.

Kampioenselftal 1921-1922
Het elftal dat in 1922, na een beslissingswedstrijd tegen Blauw Wit in Hilversum landskampioen werd.
Van links naar rechts: Johan Kolkman, Edu Haes, Bertus van Assen, Jan Remeijer, Wim Roetert,
Gradus van Putten, Jan Halle, Gerrit Prinsen, Ab de Weerd, Jan Pijpenbroek en Bertus Haes

 

Op 26 augustus werd Go-Ahead op het stadhuis gehuldigd voor dit landskampioenschap en het aanstaande 20-jarig bestaan. Het kreeg toen een vaandel aangeboden “door de burgerij” met daarop afgebeeld een spelmoment uit de beslissingswedstrijd tegen Blauw Wit. Het vaandel hangt nog steeds in het clubhuis van Go-Ahead op de Rielerenk.

In 1921 had Go-Ahead als leuk tussendoortje in het Limburgse Heerlen nog de Oranje-Nassaubeker gewonnen, beschikbaar gesteld door de directie van de Oranje-Nassaumijnen aldaar. Doordat Go-Ahead het toernooi drie jaar achtereen wist te winnen, mocht de beker mee naar Deventer. In hetzelfde jaar werd ook de jeugdafdeling van Go-Ahead opgericht. Jan Brookman werd het eerste jeugdlid, in korte tijd kwam het aantal op 50 leden.

Internationals

Op 12 juni 1921 was middenvelder Gerrit Hulsman de eerste Go-Ahead-speler die voor het Nederlands elftal werd geselecteerd. Op die dag maakte hij zijn debuut in een vriendschappelijke wedstrijd, uit tegen Denemarken (1-1). Wim Roetert werd de tweede international. Hij speelde op 2 april 1923 in Amsterdam, nota bene al op 31-jarige leeftijd, mee in de interland tegen Frankrijk. De wedstrijd eindigde in 8-1, en Roetert scoorde twee keer. Desondanks bleef zijn carrière in Oranje beperkt tot deze ene wedstrijd.

Gerrit Hulsman was ook de eerste Go-Ahead-speler die een opzienbare transfer maakte. Voor het seizoen 1921-1922, vlak na zijn interlanddebuut, stapte hij over naar Feyenoord. Daarbij deden allerlei geruchten omtrent ronselpraktijken de ronde. Een seizoen later was Hulsman weer terug in Deventer, waar hij nog twee interlands speelde. Ook in zijn ene seizoen bij Feyenoord was hij nog één keer voor Oranje uitgekomen.

Door de degradatie van UD uit de oostelijke Eerste Klasse in 1925 verdween de “klassieke” Deventer stadsderby van de kalender. Tot aan de invoering van het betaalde voetbal in 1954 zou UD nooit meer naar de Eerste Klasse terugkeren. Pas na de afsplitsing van GA Eagles als profclub kwamen Go-Ahead en UD elkaar incidenteel weer in dezelfde klasse tegen en werd de derby weer in officieel verband gespeeld.

Incident

Op 2 januari 1927 vond er een merkwaardig incident plaats tijdens de wedstrijd ZAC-Go-Ahead in Zwolle. Bij een 1-0 stand in het voordeel van de thuisploeg werd Go-Ahead-aanvaller Jan Stenvert aan het eind van de eerste helft na een onschuldige overtreding op ZAC-speler Bakker door marechaussee Vos van het veld gehaald. Hij kreeg ter plekke een proces-verbaal wegens mishandeling. Go-Ahead weigerde vervolgens verder te spelen. Het voorval leidde zelfs tot een rechtszaak, die in april voor de rechtbank in Zwolle tot vrijspraak voor Stenvert leidde.

Aan het eind van dat jaar vond er een zeer tragische gebeurtenis plaats. Op 24 december 1927 overleed de zeer talentvolle jeugdspeler Pietje Remeijer, die op de drempel van het eerste elftal stond en wiens broers Jan en Roelof daar al furore maakten. Hij kwam, één dag na zijn zeventiende verjaardag, om het leven als gevolg van een brand bij een ongeluk in de drogisterij waar hij werkte. Het voorval veroorzaakte een schok in de hele Deventer gemeenschap.

Leo Halle

In 1928 kwam keeper Leo Halle één keer uit in het Nederlands elftal (in Milaan won Italië met 3-2). In de jaren ’30 zou hij zij interlandcarrière glorieus voortzetten. Leo’s broer Jan Halle speelde in 1929 twee interlands, en bij dat aantal zou het voor hem blijven. Volgens velen was dat gezien zijn capaciteiten te weinig, hetgeen vooral te wijten zou zijn aan Halles te bescheiden karakter.

Jan de Kreek werd de vijfde en laatste vooroorlogse international. Hij kwam in 1930 tot drie interlands. Na zijn spelerscarrière zou hij nog ruim 30 jaar terreinknecht van Go-Ahead zijn.

In 1928 werd een speciale jongensrang geopend, die later in de volksmond de naam “kippenhok” zou krijgen.

Ook in 1925, 1929 en 1930 behaalde Go-Ahead weer de oostelijke afdelingstitel, waarmee het totaal op elf kwam.

Derde keer landskampioen

In 1930 kwam daar een derde landskampioenschap bij, waarbij in de kampioenscompetitie Ajax, Blauw Wit, Willem II en Velocitas (Groningen) werden verslagen. De wedstrijd in Groningen tegen Velocitas op 1 juni bracht de beslissing met een klinkende 1-4 overwinning. Herman Brilleman (2x) en de broers Jan en Theo de Kreek maakten de doelpunten.

Kampioenselftal 1929-1930
Het elftal dat in 1930 de derde landstitel voor Go-Ahead behaalde.
Achterste rij van links naar rechts: Jan Stenvert, Evert Schemmekes, Jan de Kreek, Roelof de
Vries, Roelof (‘Boelie’) Remeijer, Antoon Udink en Leo Halle
Voorste rij van links naar rechts: Jan Brookman, Jan Halle, Herman Brilleman en Theo de
Kreek

 

Op 19 en 20 juli was er een tweedaags kampioensfeest op het Go-Ahead-terrein. Bij die gelegenheid werd door de Deventer burgerij een markante klok aangeboden, die enkele decennia beeldbepalend was op de plek van de latere IJsseltribune. Naar verluidt (maar eigenlijk nooit bevestigd) werd de klok bij de bouw van die tribune het slachtoffer van een totaal gebrek aan historisch besef en werd hij ontmanteld. De restanten zouden tot op de dag van vandaag onder de tribune bedolven liggen.