DVV Go-Ahead 1951-1960

Categorie: 
Go Ahead

33 jaar voorzitter

In 1951 trad W.F.H. de Rooy af als voorzitter. Hij was al in 1917 tot het bestuur toegetreden en een jaar later tot voorzitter benoemd. Met een korte onderbreking in 1927 had hij die functie dus ruim 33 (!) jaar bekleed. Vanwege zijn enorme staat van dienst werd hij tot erevoorzitter van de vereniging benoemd. De Rooy, die als bijnaam ‘Pa’ de Rooy had, overleed in 1955 op 81-jarige leeftijd.
Zijn opvolger Harry Wagenvoort kon in december 1952 als voorzitter het 50-jarig clubjubileum vieren. Tijdens de receptie op 29 november in Hotel Royal mocht hij uit handen van burgemeester Hugo Bloemers de zilveren erepenning van de gemeente Deventer in ontvangst nemen. Van de KNVB kreeg Go-Ahead de traditionele wimpel behorend bij de tien jaar eerder ontvangen Bondsvlag.

Legpenning
Burgemeester Bloemers (op de rug gezien) schenkt voorzitter Wagenvoort het raadsbesluit dat behoort bij de toekenning van de zilveren erepenning ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan. De penning zelf is aan het vaandel gehangen.

Invoering betaald voetbal

Vanaf 1950 werd in Nederland de competitieopzet geleidelijk gewijzigd. De vroegere regionale afdelingen zouden met enkele tussenstappen plaats maken voor één landelijke competitie. Tegelijkertijd begon de discussie over de invoering van betaald (semi-)profvoetbal steeds meer op te laaien. Het niveau van het Nederlandse voetbal (inclusief het Nederlands elftal) was namelijk steeds verder weggezakt en veel topspelers hadden al als prof de wijk naar het buitenland genomen. De KNVB had profvoetbal altijd tegengehouden, al was het in de voetbalwereld een publiek geheim dat er wel degelijk spelers werden betaald.

In 1954 begonnen enkele clubs buiten de KNVB om een betaalde competitie in de speciaal door hen opgerichte Nederlandse Beroeps Voetbalbond (NBVB). Toen dat aan bleek te slaan bij het publiek, besloten de KNVB en de NBVB na enkele maanden toch te fuseren. De twee aparte competities werden stilgelegd en er werd een nieuwe, gezamenlijke competitie gestart. Hoewel er intern wel een discussie over het al dan niet betalen van spelers aan vooraf ging, ging ook Go-Ahead mee. In de nieuwe (semi-)profcompetitie voor het seizoen 1954-1955 was de club er meteen bij. De eerste twee elftallen gingen bestaan uit semiprofs, Go-Ahead 3 werd het hoogste amateurteam. Binnen de vereniging werden de prof- en de amateurtak gesplitst, met ieder een eigen bestuur.

Financiële en overige consequenties

De vergoedingen voor de spelers werden eind 1954 vastgesteld op ƒ 20 voor een overwinning, ƒ 12,50 voor een gelijkspel en ƒ 5 voor een nederlaag. Het bijwonen van een training leverde ƒ 2,50 op, voor twee trainingen in de week bedroeg dat ƒ 6. Eerder dat jaar waren de entreeprijzen al met gemiddeld 12½ cent per rang verhoogd om de extra kosten te dragen. Ook dreigde De Revue het loodje te moeten leggen vanwege bezuinigingen, maar door de contributie met ƒ 0,25 te verhogen kon dat voorkomen worden. Wel ging het cluborgaan minder pagina’s bevatten en verscheen het op een mindere kwaliteit papier. Nog wat later werd het formaat teruggebracht van A4 naar A5.

De overgang van Go-Ahead naar het betaalde voetbal bleek een flinke aantrekkingskracht te hebben op talentvolle spelers van andere Deventer voetbalclubs als Labor, Sallandia of Roda. Velen van hen wilden hun geluk best beproeven in de hoop aan hun hobby toch een zekere verdienste over te houden. De verhouding van Go-Ahead tot de andere Deventer clubs kreeg de eerste jaren een flinke deuk, waarbij er zelfs geluiden waren dat Go-Ahead zich zou bedienen van onoorbare ronselpraktijken.

Magere jaren

Het betaalde avontuur startte voor Go-Ahead ook in sportief opzicht zeer slecht. Het eindigde in het eerste seizoen op de veertiende en laatste plaats, met slechts drie overwinningen uit 26 wedstrijden. Het daaropvolgende seizoen (1955-1956) speelde het daardoor niet meer op het hoogste niveau (een van de nieuw gevormde Hoofdklassen). Omdat ook dat tweede seizoen matig verliep, volgde er wederom een teruggang. Toen in 1956 de reorganisatie van de competities was voltooid en de Eredivisie van start ging, vond Go-Ahead zich plotseling terug op het derde betaalde niveau, dat Tweede Divisie heette. Ook daar kwam het in het eerste jaar niet verder dan een schamele dertiende plaats.
De eerste trainer van Go-Ahead in het betaalde voetbal was Franz Köhler. Hij was als keeper Oostenrijks international geweest, en had voor zijn komst naar Deventer al in vele landen als trainer gewerkt. Daartoe behoorden onder meer Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Denemarken, maar ook meer exotische voetbaloorden als Bulgarije en IJsland. Toen hij Go-Ahead in 1956 verliet, was zijn nieuwe bestemming … Iran.

Terug naar de Eerste divisie

Na deze magere jaren zette Go-Ahead geleidelijk de weg omhoog weer in. Aan het eind van het decennium, in 1959, werd het kampioen van de Tweede Divisie, met promotie naar de Eerste Divisie als gevolg. Op 26 april kon de titel worden gevierd door een 0-1 overwinning in Zwolle op Zwolsche Boys. Willy Mos werkte zich in de eerste betaalde jaren op als topscorer. In de drie seizoenen in de Tweede Divisie scoorde hij 54 maal. Nog eens 15 goals in het eerste seizoen in de Eerste Divisie brachten hem op 69 doelpunten in totaal. Met dat aantal neemt hij tot op de dag van vandaag de derde plaats in op de all-time-clubtopscorerslijst voor het betaalde voetbal.

Promotie 1959
Met dit elftal (inclusief enkele reserves) promoveerde Go-Ahead in 1959 naar de Eerste Divisie.
Achterste rij van links naar rechts: Herman Strokappe, Jan ten Wolde, Dick Faber, Adrie Meulenbrug, Gerrit de Groote, Tonny Hulsegge, Henk Weimer en Marinus Kosters
Voorste rij van links naar rechts: Henk Hendriks, Jan Groninger, Joop Butter, Willy Mos, Henk van Brussel, Gerrit Niehaus en Joop Smit