DVV Go-Ahead 1961-1970

Categorie: 
Go Ahead

In de jaren ’60 ging de opmars van Go-Ahead gestaag door. De komst van manager Willem Beltman in 1961 en trainer František Fadrhonc een jaar later bleken de opmaat naar een zeer succesvolle periode.

MANAGER WILLEM BELTMAN

Beltman was een oud-militair en oud-scheidsrechter die een stevige koers inzette. Go-Ahead kreeg onder zijn bewind moderne medische voorzieningen, waarmee de club vooropliep in Nederland. De nieuwe clubarts Rein Strikwerda was daarin de spil. Hij verwierf later internationale bekendheid als specialist op het gebied van de behandeling van meniscusletsel. Daarnaast werd onder Beltman, die begin 1965 na een conflict met het bestuur plotseling werd ontslagen, de IJsseltribune gebouwd (tot dan toe onoverdekt).

JEUGDINTERNAAT

Verder kocht de nieuwe Stichting Betaald Voetbal Deventer (SBVD), voortkomend uit de Deventer Kring van Werkgevers, het pand Brinkgreverweg 238. Daarin werd een jeugdinternaat (in de wandeling ‘jeugdhuis’ genoemd) gevestigd, op dat moment uniek in Nederland. Talentvolle jeugdspelers die niet uit Deventer of directe omgeving kwamen, kregen daar onderdak in een soort gastgezin. Zo konden ze studie en een voetbalopleiding combineren met een zo normaal mogelijk gezinsleven. Zo’n 30 jaar lang zou het jeugdhuis talenten afleverden, die bij GA Eagles - en daarna ook vaak bij andere clubs - een succesvolle profcarrière zouden doorlopen. In het begin waren dat spelers als Hennie Spijkerman, Bert Strijdveen en Peter Arntz, later onder meer René Eijkelkamp, Michel Boerebach en Marc Overmars.

COACH FRANTIŠEK FADRHONC

Tot slot haalde Beltman Fadrhonc naar Deventer. Die was na de communistische machtsovername in 1948 in zijn vaderland Tsjechoslowakije naar het westen gevlucht. Hij kwam in Nederland terecht en voerde Willem II zowel in 1952 als in 1955 naar het landskampioenschap. Daarna stapte hij over naar SC Enschede, waar hij die prestatie in 1958 bijna herhaalde. Pas na een beslissingswedstrijd ging de titel naar DOS.

Willem Beltman en Fadrhonc
Manager Willem Beltman en trainer František Fadrhonc, hier begin jaren ’70 tijdens Fadrhonc’ periode als bondscoach. Tien jaar eerder stonden ze aan de basis van Go-Aheads succesjaren in de Eredivisie.

NAAR DE EREDIVISIE

Fadrhonc was in zijn eerste seizoen in Deventer meteen succesvol. Go-Ahead werd tweede, een plaats die recht gaf op promotie naar de Eredivisie. Daarmee was Go-Ahead na een afwezigheid van acht jaar terug op hoogste niveau. Velen zagen dit met genoegen aan, omdat Go-Ahead bij veel voetballiefhebbers in den lande, vanwege zijn grote vooroorlogse reputatie, nog altijd een uitstekende naam genoot. Een historische uitslag werd neergezet op 7 oktober 1962, toen Roda JC in Deventer met liefst 11-1 klop kreeg; Wim Bleijenberg scoorde viermaal. Bovendien veroverde de club in 1963 ook nog eens de Fair Play Cup, de wisselbeker voor de sportiefste club in het betaalde voetbal.

Toonaangevende spelers bij de geleidelijke opmars naar de Eredivisie waren Joop Butter, Henk van Brussel en Gerrit Niehaus, die alle drie al vanaf het eind jaren van de ’50 in het eerste team uitkwamen. Niehaus, die tot 1969 in het eerste elftal bleef spelen, scoorde in totaal 72 goals voor Go-Ahead. Daarmee passeerde hij Willy Mos als clubtopscorer betaald voetbal. Van Brussel zou in de jaren ’70 en ’80 nog lang als assistent-, interim- of hoofdtrainer bij GA Eagles actief zijn. Daarna bleef hij nog scoutings- en andere werkzaamheden voor de club verrichten.

HET INCIDENT-LAGARDE

Op 27 september 1964 kwam Go-Ahead negatief in het nieuws door een botsing tussen Joop Butter en de uitlopende SC Enschede-doelman Piet Lagarde. De gevolgen waren zo ernstig dat bij Lagarde een nier verwijderd moest worden, wat het einde aan zijn voetbalcarrière inluidde. Volgens velen was Butter schuldig aan het incident, en zelfs manager Beltman, die zijn spelers te fanatiek zou ophitsen voor wedstrijden, werd verantwoordelijk gehouden. De ingestelde onderzoeken, zowel door de Officier van Justitie in Zutphen als door de KNVB, pleitten Go-Ahead vrij.

VAST IN DE SUBTOP

In de Eredivisie klom Go-Ahead verder op. In de tweede helft van de jaren ’60 ontwikkelde de club zich tot een vaste subtopper: vijfde in 1966 en 1967, derde in 1968 en vierde in 1969. Ook in het toernooi om de KNVB-beker werden spectaculaire resultaten behaald. In 1965 haalde Go-Ahead de finale, de drie daaropvolgende seizoenen telkens de halve finale. Die finale op 29 mei 1965 in De Kuip tegen Feyenoord ging in de slotfase met 1-0 verloren. Omdat Feyenoord ook landskampioen werd, mocht Go-Ahead als verliezend bekerfinalist echter wel Europees voetbal spelen in het toenmalige Europacup II-toernooi voor bekerwinnaars.

Go Ahead 1967-1968
Go-Ahead in het seizoen 1967-1968, midden in zijn glorieperiode.
Achterste rij van links naar rechts: Issy Greving, Gerard Somer, Henk Warnas, Dick Schneider, Koos Knoef en Nico van Zoghel
Voorste rij van links naar rechts: Peter Ressel, Gerrit Niehaus, Pleun Strik, Wietse Veenstra en Gerard Wüstefeld

EUROPEES VOETBAL TEGEN CELTIC

In de eerste ronde van het EC II-toernooi trof Go-Ahead het Schotse Celtic, maar het was zich nauwelijks bewust van de impact van Europees voetbal en de kracht van de tegenstander. Op 29 september 1965 startte Go-Ahead met een thuiswedstrijd; de Schotten bleken met 0-6 veel te sterk. De return in Glasgow op 7 oktober werd eervol met 1-0 verloren, maar directe uitschakeling was een feit. Helemaal een schande was het niet: Celtic zou zich een seizoen later de sterkste ploeg van Europa tonen door de Europacup I te winnen.
Go-Ahead had kennelijk wel de smaak van internationaal voetbal te pakken. De daaropvolgende jaren schreef het zich in voor het zogenaamde Intertoto-toernooi .Dit waren vriendschappelijke wedstrijden, in poules gespeeld, vaak tegen tegenstanders van enige naam. Zo trof Go-Ahead onder meer Foggia, FC Sion, Inter Bratislava en Lierse SK.

Programma Celtic-Go Ahead

In het programma van de uitwedstrijd van de Europa Cup-wedstrijd tegen Celtic werd Go-Ahead zelfs in het Nederlands welkom geheten.

NIEUWE INTERNATIONALS

Bepalende spelers in de succesjaren in de Eredivisie waren Gerard Somer, Wietse Veenstra, Henk Warnas (afkomstig van Feijenoord), Dick Schneider en doelman Nico van Zoghel (afkomstig van DOS). Van hen werd Warnas de eerste naoorlogse international namens Go-Ahead. Hij speelde op 29 november 1967 in Rotterdam tegen de Sovjet-Unie (3-1) zijn eerste van vijf interlands.

Ook Wietse Veenstra (drie keer) en Nico Rijnders (twee) haalden als speler van Go-Ahead Oranje. Voor hun volgende clubs (respectievelijk PSV en Ajax) voegden ze daar allebei nog zes interlands aan toe. De uit de Go-Ahead-opleiding afkomstige Dick Schneider, die al in 1970 naar Feijenoord vertrok, kwam namens de Rotterdammers tot elf interlands. Na een succesvolle periode bij Feyenoord (inmiddels met een -y- geschreven), kwam hij eind jaren ’70 als speler bij GA Eagles terug, en in de jaren ’80 nog een keer kortstondig. Net na de eeuwwisseling vervulde hij er ook nog even een directiefunctie.

RESERVES LANDSKAMPIOEN

Schneider maakte ook deel uit van het tweede (betaalde) elftal, dat in 1966 een bijna vergeten hoogtepunt in de geschiedenis van Go-Ahead bewerkstelligde. Het werd landskampioen in zijn afdeling voor zogenaamde reserve-elftallen. Ook Adrie Steenbergen behoorde tot dat team. Hij haalde bij Go-Ahead niet het eerste elftal, maar kwam medio jaren ’70 wel terug bij GA Eagles waar hij sindsdien onafgebroken allerlei functies vervulde: van scout en jeugdcoördinator tot teammanager. Die laatste functie vervult hij nog steeds.

Trainer Fadrhonc vertrok in 1970 en werd bondscoach. Ook in die hoedanigheid leverde hij een bijzondere prestatie. Hij werd de eerste coach na de Tweede Wereldoorlog die Nederland naar een WK leidde. Op dat WK (van 1974 in West-Duitsland) kreeg hij Barcelona-coach Rinus Michels echter als “supervisor” boven zich. Nederland zou er spraakmakend totaalvoetbal spelen, dat achter gastheer West-Duitsland tot een tweede plaats leidde.